Dr. Schüßlers Celzout
-therapie
Celzouten hebben
als 'gezondhe
idsproduct' tot doel: Het
instandhouden en/of bevorderen van een goede gezondheid. Hieronder
verstaat men: de kracht van de levensenergie / dynamis die
bepaald wordt door de aanwezigheid, hoeveelheid en in de juiste cel
(zouten, elektrolyten) aanwezig, in het biochemische systeem.
Dr. Wilhelm Heinrich Schüßler zag het levenslicht op 21
augustus (1821 - †1898) in Zwischenahn in het Groot Hertogdom Oldenburg. Wilhelm Heinrich had zijn talenten wat betreft de
natuurgeneeskunde ontdekt en wilde homeopaat worden. Het hertogdom Oldenburg bezat geen universiteit en zo ging Wilhelm Heinrich
studeren aan de medische faculteit van Parijs.
Voor zijn levensonderhoud gaf hij als onderwijzer spraaklessen.
Op 30 jarige leeftijd (1852) ging Dr. Wilhelm Heinrich Schüßler
studeren voor arts. Verdere studies werden gevolgd te Berlijn,
Gießen en Praag.
Als 36 jarige (1858) opende W.H. Schüßler zijn eigen
praktijk.
Aangespoord door de werken en het boek "De kringloop des levens"
van de Nederlandse psycholoog en arts Dr. Jacob Moleschott (1822 -
†1893), die erkende (1852), dat Phosphor belangrijk is voor
zenuwcellen en de kreet had “zonder phosphor geen gedachten /
denkbeeld ” kwam W.H. Schüßler tot de overtuiging dat
ontbrekende anorganische (niet verbrandbare stoffen) mineralen een
verstoring in het leven, ziekten en een remming in de
celstofwisseling veroorzaakt. Neemt men de ontbrekende of het tekort
aan celmineraal in, komt de verstoorde celstofwisseling weer evenwicht. W.H. Schüßler erkende de onderzoeksbewijzen van Jacob
Moleschott- “gezond blijven'' kan de mens alleen, als de
benodigde mineralen in de juiste hoeveelheid en verhouding in de
cellen van ons lichaam aanwezig zijn.
Dr. Wilhem Heinrich Schüßler ontdekte tijdens zijn werk als
biochemicus de twaalf celzouten. Als hij het lichaam van dieren of
mensen cremeerde en daarna de as analyseerde, bestond de as uit nog
maar twaalf ingrediënten, de 12 celzouten. Wanneer de
ziektegeschiedenis van de overledene bekend was, onderzocht hij of
dit van invloed was op de samenstelling van de celzouten. Zo
ontdekte Schüßler een verband tussen de klachten waaraan iemand leed
en het feit dat een of meerdere celzouten in de as niet of
nauwelijks aanwezig waren.
Rudolf Virchow (1821 - †1902), leeftijdgenoot van W.H. Schüßler
en “waterdokter” Sebastian Kneipp(1821 - †1897) zeggen in hun
hoofdwerk “Cellulairpathologie” (1858), dat uiteindelijk ieder
lijden / ziekten terug te voeren is op een verstoring op
cellulair gebied.
Dr. W.H. Schüßler heeft met zijn
methode een groot aantal
kinderen met difterie voor de dood behoed.
De 12 celzouten
- Nr. 01 Calcium fluoratum D 12
- Nr. 02 Calcium phosphoricum D6
- Nr. 03 Ferrum phosphoricum D12
- Nr. 04 Kalium chloratum/muriaticum D6
- Nr. 05 Kalium phosphoricum D6
- Nr. 06 Kalium sulfuricum D6
- Nr. 07 Magnesium phosphoricum D6
- Nr. 08 Natrium chloratum / muriaticum D6
- Nr. 09 Natrium phosphoricum D6
- Nr. 10 Natrium sulfuricum D6
- Nr. 11 Silicea D12
- Nr. 12 Calcium sulfuricum D6